Bel ons: +31(71)5413258

Moet ik nou wel of niet flitsen,

In de fotografie hebben nou eenmaal licht nodig om de beelden te registreren. Zonder licht kunnen we nagenoeg niets. Maar hoeveel licht heb je nodig om te kunnen fotograferen, en welke instelling moet ik dan gebruiken op mijn camera?

Ik hoop je in deze column wat wegwijs te maken in “ het zien van licht ”

Zoals je misschien al weet hebben de spiegel reflexcamera diverse instelling om de belichting van de foto te bepalen. Het zijn er drie, namelijk: sluitertijd, diafragma en de gevoeligheid (ASA of ISO).

Met deze drie instellingen bedien je de belichting van de foto. Maar omdat het er drie zijn, is het verstandig om met één variabele te werken. Je doet past de belichting dus stap voor stap aan.

Met de sluitertijd bepaal je of je beweging wilt in een foto. Meestal wil je dat niet dus deze moet hoog staan. In ieder geval niet langzamer dan 1/30 seconde.

Met het diafragma bepaal je of je binnen een bepaalde tijd meer of minder licht op je foto wilt en of je de achtergrond scherp of onscherp wilt hebben.

Met de ASA instelling maakt je de camera gevoeliger voor licht.

Maar wat gebeurd er nu als er zo weinig licht is, en dat je de camera niet verder meer kan instellen zodat je uit de hand nog kan fotograferen? Dan krijg je beweging in je foto omdat de sluitertijd te langzaam is om de camera nog met de hand stil te houden.

Er zijn twee mannieren om dit te voorkomen, namelijk: een statief gebruiken of flitsen.

In de meeste gevallen krijg je het beste resultaat met een statief. Het voordeel is dat je altijd mooiere en sfeervollere foto’s krijgt als je fotografeert met bestaand licht. Dat wil zeggen: het licht wat op dat moment aanwezig is.

Dat kunnen allerlei soorten lichtbronnen zijn. Denk aan Gloeilampen, TL-verlichting of kaarslicht. De camera kan deze lichtbronnen herkennen door zijn automatische witbalans. De witbalans doet eigenlijk hetzelfde als dat onze ogen doen. Het filteren van het licht naar natuurlijke kleuren. De automatische witbalans is één van de grote voordelen van de digitale fotografie. Toen we nog fotografeerden met film moesten we binnen altijd flitsen. De reden hiervan was dat de films gecorrigeerd waren voor daglicht. Dus buiten had je altijd natuurlijke kleuren, maar binnen werden je foto’s donker en lelijk van kleur. Afhankelijk van de lichtbron werden de kleuren overwegend groen, geel of oranje.

Gelukkig is dat nu niet meer. Je kan nu met de nieuwe camera’s zeer lang door fotograferen voordat je moet flitsen. Totdat het te donker wordt, want dan moet je toch gaan flitsen.

Eigenlijk moet je het niet hebben over flitsen, maar over inflitsen. Als je flitst heeft dat een onnatuurlijk effect op je foto. De voorgrond wordt vaak te licht, en de achtergrond weer te donker.

Als je inflitst zoekt de camera de balans tussen het bestaande licht (namelijk het licht wat er op dat moment is) en het flitslicht. Met de juiste balans behoud je namelijk de sfeer van de ruimte waarin je de foto maakt. De camera houd rekening met het omgevingslicht en past de flits daarop aan. De flitser doet dat omdat de camera de hoeveelheid licht bepaald dat de flitser moet afgeven. Dit noemen ze een DDL meting (of in het Engels TTL meting). DDL staat voor Door De Lens meting. Dit geeft een veel beter resultaat dan wanneer de flitser zelf moet bepalen wat de lichthoeveelheid moet zijn. De meeste camera’s kunnen dat al automatisch.

Helaas is het zo dat flitsen soms een noodzakelijk kwaad is. Je zal bijna nooit de juiste sfeer weten te pakken als je gaat flitsen in de automatische stand. Maar het voordeel is wel dat je wel een gelukte foto krijgt zonder bewegingsonscherpte!

Wil je meer te weten komen over inflitsen? En hoe je de camera zo kan instellen dat je de exacte sfeer wel weet vast te leggen? Schrijf je dan nu in voor een workshop fotografie, en haal het maximale uit je camera!

Geschreven door: Remco Filippo